• Dierenkliniek

    Meer informatie over de dierenkliniek

    Lees verder
  • Dierenhotel

    Meer informatie over het dierenhotel

    Lees verder
  • Paardenkliniek

    Meer informatie over de paardenkliniek

    Lees verder
  • Extra service

    Meer informatie over extra services

    Lees verder
  • Acupunctuur

    Meer informatie over acupunctuur

    Lees verder

Het Equine Metabolic Syndroom: Insulineresistentie, overgewicht, hoefbevangenheid, staart- en maneneczeem & de ziekte van Cushing (PPID)

Hieronder  vindt u de volgende informatie:

  • Wat is het Equine Metabolic Syndrome?
  • Wat is insulineresistentie?
  • Waardoor ontstaat insulineresistentie?
  • Wat zijn de symptomen van insulineresistentie?
  • Hoe wordt de diagnose insulineresistentie gesteld?
  • Wat zijn de gevolgen van insulineresistentie? (oa hoefbevangenheid)
  • Wat kunt u doen om uw paard te ondersteunen?
  • Tips voor hoefbevangenheid
  • Tips voor staart- en maneneczeem
  • Wat zijn de symptomen van PPID en hoe wordt de diagnose gesteld?
  • Behandeling van PPID
In het kort:EMS en PPID zijn hormonale storingen die de stofwisseling verstoren.   Vetophopingen, stram en stijf lopen, hoefbevangenheid, insulineresistentie,   verminderde afweer en gevoelig voor ontstekingen kunnen bij beide   aandoeningen worden gezien. Bij PPID gaat het meestal om oudere paarden,   waarbij een lange krullerige vacht en veel drinken en plassen kan worden   gezien. De diagnose is te stellen d.m.v. bloedonderzoek. EMS en PPID zijn   niet te genezen, maar met dieet, medicatie en voedingssupplementen kan het   paard vaak nog vrolijk, fit en in goede conditie blijven.

 

Wat is het Equine Metabolic Syndroom?
Equine Metabolic Syndroom (EMS) is een hormonale stoornis die vergelijkbaar is (maar niet hetzelfde als) diabetes type 2 bij mensen. Het wordt  gekenmerkt door vetzucht, insulineresistentie, hoefbevangenheid. Ook PPID en staart- en maneneczeem zijn mogelijk gerelateerd aan dit syndroom. EMS is een gevolg van een te rijk rantsoen met te veel oplosbare koolhydraten (suikers) en te weinig lichaamsbeweging. Sommige rassen zijn gevoeliger voor EMS dan andere rassen. Het gras in mei kan wel 80% suiker bevatten en ook het hooi uit deze periode is erg suikerrijk.

Wat is insulineresistentie?
Suiker (glucose) wordt uit de voeding opgenomen en getransporteerd in het bloed. Wanneer het lichaam glucose als energiebron nodig heeft in de cellen wordt het gehalte aan insuline in het lichaam verhoogd. Insuline zorgt er namelijk voor dat het lichaam glucose kan opnemen in de cel en kan verwerken tot energie voor deze cel. Wanneer er meer glucose in het bloed circuleert dan nodig is, wordt het opgeslagen in de vetcellen. Wanneer er arbeid wordt verricht, of het lichaam schaars wordt gevoed, bestaat er een terugkoppelsysteem om de glucose weer vrij te maken uit het vetweefsel.
Bij insulineresistentie wordt het lichaam ongevoelig (resistent) voor insuline en daardoor wordt de opname van glucose in de cel minder en de opslag in vetweefsel  meer, bovendien functioneert het terugkoppelsysteem niet meer goed, wat leidt tot een relatief te kort aan energie in de cel, maar wel een teveel aan opslag in vet. Het paard heeft dan dus voldoende glucose ter beschikking, maar kan dat niet de cel in krijgen en heeft dus te weinig energie om te benutten voor de verbranding. Je ziet dus een dik paard, maar het paard kan zich toch ‘slapjes’ voelen, omdat hij de glucose niet kan benutten. Overigens, niet alle paarden met  EMS zijn te dik, ook magere paarden kunnen aan deze ziekte lijden.

Waardoor ontstaat insulineresistentie?
Door een langdurige overmaat aan enkelvoudige suikers kan insulineresistentie ontstaan. Deze suikers zorgen voor een verhoogde glucosespiegel in het bloed. Vervolgens gaat het lichaam meer insuline maken. Hoe langer de situatie van een te hoog suiker blijft bestaan, hoe meer insuline het lichaam gaat aanmaken. De weefsels worden hierdoor minder gevoelig voor insuline, terwijl het vetweefsel wel gevoeliger wordt en de glucose opslaat.  In het Nederlandse gras en hooi zitten veel koolhydraten die omgezet worden in suikers. Daardoor heeft het paard geen ‘rustperiode’ voor de insuline. In de winter zou het paard eigenlijk een iets negatieve energiebalans moeten hebben waardoor het de glucose die in het vetweefsel is opgeslagen gaat vrijmaken. Dit gebeurt alleen wanneer de hoeveelheid insuline in het bloed laag genoeg is, dus wanneer er een tekort aan glucose optreedt.

Daarnaast kan insulineresistentie ook worden veroorzaakt door een verhoogde hoeveelheid stresshormoon in het lichaam, gebrek aan vitamine D door te weinig zonlicht en door magnesium te kort. Magnesium te kort kan optreden door een verhoogd gebruik bij stress of een te kort in de voeding. Magnesium speelt een belangrijke rol bij het ‘onderhoud’ van de celwand. Het stabiliseert de celwand en zorgt ervoor dat de celwand adequaat reageert op de hoeveelheid insuline in het bloed. Daarnaast zorgt magnesium ervoor dat chemische processen in het onderhuids vet tot rust komen. Ook infecties en hormonale verstoringen bij de merrie kunnen bijdragen aan het ontstaan en verergeren van insulineresistentie.

Wat zijn de symptomen van EMS / insulineresistentie?
De meeste paarden zijn te dik. Zij hebben vooral vetophopingen in de manenkam, soms zelfs met rimpeling van de huid en verharding van de manenkam, vetophopingen bij de koker of het uier, naast de staartaanzet en rond de schouder.
Paarden kunnen ook trager en stijver bewegen, vermoeid zijn, spiertrillingen hebben of spierbevangen raken. Dit komt omdat de spiercellen onvoldoende glucose in de cel krijgen om het benodigde verbrandingsproces, om te kunnen bewegen, op gang te krijgen.

Hoe wordt de diagnose insulineresistentie gesteld?
Via bloedonderzoek kan de diagnose worden gesteld. Het paard moet nuchter zijn voor deze test. Dat betekent dat het 12 uur voorafgaande aan de bloedafname geen voedsel mag hebben. In het bloed wordt het glucose- en insulinegehalte bepaald. Een te hoog insuline gehalte is bewijzend voor insulineresistentie, een normaal gehalte geeft geen uitsluitsel.

Wat zijn de gevolgen van insulineresistentie?
Hoefbevangenheid is een bekend gevolg van insulineresistentie. Dit kan zich uiten in zowel acute als chronische problemen. Chronisch bevangen paarden lopen kort en stram op de harde bodem. Hoefbevangenheid kan optreden na het eten van suikerrijk voedsel, maar ook door bijvoorbeeld gifstoffen die vrijkomen na het aan de geboorte blijven staan van merries.

Huidproblemen en zomereczeem kunnen ook verregeren wanneer een paard insulineresistent is. De huidbulten worden ‘eiwitbulten’ genoemd, maar komen meestal ten gevolge van  een teveel aan suiker in de voeding. Hoe kan insulineresistentie huidproblemen verergeren? Vetweefsel is niet alleen een ophoping van vetcellen, gevuld met vet. Vetweefsel scheidt cytokinen uit. Deze cytokinen zijn o.a. betrokken bij de bloeddrukregulatie, ontstaan van ontstekingen, afweer, insulinegevoeligheid, suikerstofwisseling, eetlust en energiebalans. Vetweefsel zorgt er dus voor dat het lichaam constant in een toestand van een chronische ontsteking is. Dit verzwakt de afweer en maakt het lichaam gevoelig voor andere ontstekingen. Staart- en maneneczeem ontstaat op de plekken waar vet zich ophoopt, in de manenkam en bij de staartaanzet. Daarom denken sommige wetenschappers dat wanneer de mugjes hier bijten er een reactie ontstaat in het toch al ontstekingsgevoelige vetweefsel en het paard meer last heeft van de insectenbeten als het te dik is.

Wat kunt u doen om uw paard te ondersteunen?
Als eerste opmerking: wanneer een paard erge pijn heeft tgv hoefbevangenheid wordt de insulineresistentie verergerd. Dit betekent dus dat  de behandeling van EMS alleen kan slagen wanneer het paard voldoende pijnstilling krijgt.
Van belang is dat paarden voldoende bewegen. Veel paarden bewegen niet in de wei, let daar eens op. Daarnaast is aanpassing van de voeding van belang. Geef geen of niet teveel krachtvoer, laat een gedeelte van het krachtvoer uit bijv. ruwe spelt bestaan of geef i.p.v. krachtvoer DailyPlus. Gebruik hooi van gras dat lang door gegroeid is, lang en goed gedroogd is, liefst niet van het voorjaar, en weken in water zou het suikergehalte kunnen verlagen. Het voedingssupplement Glucobalance zal helpen de suikerstofwisseling te normaliseren. Daarnaast kan een suppletie van magnesium, omega-3 vetzuren en vitamine D helpen het paard te ondersteunen.
Laat paarden en pony’s niet onbeperkt grazen in een verse weide en bewaar brokken in een afgesloten kist.

Tips voor hoefbevangenheid
Van groot belang is om het paard comfortabel te krijgen. Pijn verergert de reacties in het lichaam. Daarnaast kunnen medicijnen worden gegeven om de doorbloeding van de ondervoet te verbeteren. Ook acupunctuur kan helpen om de pijn in de voet te verminderen en de doorbloeding te verbeteren. Wij maken ook gebruik van natuurlijke producten, zoals Podocomp,  die helpen het proces in de voet weer in orde te krijgen. Laat een paard of pony met hoefbevangenheid niet aan zijn lot over. Het heeft veel pijn en de gevolgen kunnen fataal zijn. Wanneer het hoefbeen kantelt en tegen de hoefzool aankomt kan het paard helemaal niet meer staan en zal het ingeslapen moeten worden. Ook ontschoening, het loslaten van de gehele hoef, kan een complicatie zijn waarbij helaas alleen inslapen nog mogelijk is.
Voor veel pony’’s met chronische hoefbevangenheid is onbeperkt grazen op een kale weide zelfs teveel. Dat komt omdat de wei niet vanzelf kaal wordt, de pony eet hem kaal. Zet maar eens een stukje af met gaas en controleer hoe snel het gras daar groeit, want dat eet de pony allemaal op. Vaak is een graasmasker of paddock de beste optie. Laat merries ten hoogste 6 uur aan de nageboorte staan, dan moet u ons echt bellen om te zorgen dat de nageboorte eraf komt. De gifstoffen die vrijkomen kunnen hoefbevangenheid geven. En voer geen bedorven voedsel.

Tips voor staart- en maneneczeem
Naast de gebruikelijke tips zoals opstallen tijdens de schemering, gebruik van vliegendekens,  vliegafwerende sprays en huidverzorgende producten, is het dus verstandig het paard goed te laten bewegen en te zorgen dat het niet te dik is en dus geen vetophopingen heeft. Het geven van magnesium en omega-3 vetzuren kan helpen om de ontstekingsreacties te verminderen. Magnesium hebben wij van Phytonics, een productlijn die door een dierenarts gemaakt is. Uiteindelijk zullen een aantal paarden toch een injectie met een ontstekingsremmend product nodig hebben eventueel gevolgd door een kuur die u zelf over het voer kan geven.

Wat zijn de symptomen van PPID en hoe wordt de diagnose gesteld?
Sommige wetenschappers denken dat  EMS en PPID met elkaar te maken hebben, andere denken dat het twee verschillende ziekte beelden zijn. Aangezien de ziektebeelden erg op elkaar lijken, wil ik hier ook aandacht besteden aan PPID. PPID wordt vooral bij paarden ouder dan 15 jaar gezien. Insulineresistentie, vetophopingen, hoefbevangenheid, verminderde afweer en gevoeligheid voor ontstekingen worden ook bij PPID gezien. Daarnaast kan het paard een lange krullerige vacht hebben en veel moeten drinken en plassen. De diagnose wordt gesteld aan de hand van bloedonderzoek. Omdat bij PPID ook vaak insulineresistentie wordt gezien adviseren wij om het bloedonderzoek aan te vullen met het bloedonderzoek dat insulineresistentie aantoont.
meer informatie over PPID vindt u op www.ppidbijpaarden.nl.

Behandeling van PPID
Het vroegtijdig diagnostiseren van PPID bij uw paard zal helpen om allerlei bijkomende ziekteverschijnselen te voorkomen. Hoewel een paard met PPID niet echt te genezen is, zorgt een goede behandeling en verzorging er meestal voor dat uw paard vrolijk, fit en in goede conditie blijft